Creashock

Creashock

Vermenigvuldig ideeën door ... ze te delen

NieuwsPosted by Dirk De Boe Sat, June 20, 2015 22:54:04

Een tijdje terug las ik in Fast Company een artikel over het belonen van patenten. Motorola heeft jarenlang grote financiële bedragen uitgekeerd aan personeelsleden die er in slaagden om aan een idee een patent te verlenen. Daar werd met heel veel enthousiasme op ingegaan. Echter, minder en minder ging het om innovatie en over het bedenken van een opvolger van de succesvolle Razr in 2004 maar om zoveel mogelijk patenten te genereren. Het laatste werd een doel op zich. Zo werden er talloze ideeën geponeerd om de batterijen bij mobiele telefoons te vergrendelen. Voorwaar een belangrijk detail maar niet iets waar mensen hun keuze op baseren bij het kiezen van hun nieuwste toestel. Dat het filen van dergelijke patenten ook heel duur is en dat men op die manier ook een verkeerd beeld krijgt van de innovatiekracht van een bedrijf – wat Google bewees door Motorola over te kopen – is misschien nog het minste. Het indienen van patenten tot een sport verheffen, heeft nog een ander groot nadeel. Mensen beginnen op die manier ideeën voor zichzelf te houden uit vrees dat een ander er mee wegloopt. Om ideeën te verrijken, moet je ze net delen, wat Motorola zo, wellicht onbewust, niet stimuleerde.

Zo is er ook het verhaal van die oude eenzame vrouw die dagelijks graag kinderen zag spelen voor haar deur. Toen ze uiteindelijk geld begon te geven zodat ze elke dag langs zouden komen, was het nooit genoeg en uiteindelijk bleven de kinderen weg toen ze niet meer kon betalen.

Zo werd in het bedrijf waar ik vroeger werkte voor het indienen van een patentaanvraag (zonder dat deze uitmondde in een goedgekeurd octrooi) een financiële beloning gegeven. Op zekere keer, na een brainstorm sessie, ging een van de deelnemers zo snel mogelijk naar zijn plaats en diende alle interessante ideeën in, inclusief ideeën welke zijn collega’s hadden geuit en streek hij zijn beloning op. Op die manier ontstaat snel een sfeer van wantrouwen en frustratie. We hebben dat systeem op een bepaald moment afgeschaft. Als twee mensen in een bedrijf elk een half idee hebben en ze worden er voor betaald, dan gaan ze hun idee niet aan elkaar vertellen uit vrees dat de andere persoon met het geld gaat lopen. Zo smelten die halve ideeën niet samen tot een meer waardevolle idee.

Zo ook bij een ander het bedrijf dat een auto beloofde aan de man of vrouw met het beste idee van het jaar. Er ontstond enorm veel activiteit welke onmiddellijk stil viel toen het jaar daarop geen wagen meer werd voorzien.

Tom Sawyer kwam er al vroeger achter toen hij een vervelende klus als het schilderen van een hek voorstelde als iets dat hij alleen mocht doen en waar zijn vrienden van verstoken bleven. In geen tijd waren zij aan het schilderen en stond hij geamuseerd en met geld gevulde zakken te genieten van een appeltje.

Mensen motiveer je zelden met centen, het is veel krachtiger als dit op een andere manier gebeurt. Zo kun je in je organisatie bijvoorbeeld mensen aanzetten om hun ideeën te posten op een intranetforum en hen uitnodigen om hun idee te komen toelichten. Door hen oprechte terugkoppeling te geven over hun idee en door hen aan te moedigen om met hun idee aan de slag te gaan, komt de ondernemer in hen naar boven. Ze maken graag een prototype of een visualisatie van hun idee waarbij ze opnieuw beloond worden als mensen er geïnteresseerd naar staan te kijken en er terugkoppeling op geven. Je kan hen uitnodigen op een innovatiebeurs waarbij de beste ideeën uit je organisatie aan de collega’s getoond worden. Daar mogen ze hun idee dan toelichten en krijgen ze aandacht en appreciatie. Je kan er zelfs een wedstrijd aan koppelen waarbij de collega’s het beste idee van de namiddag in het zonnetje zetten. Een applaus van de collega’s, een oorkonde en een voucher om met het team samen gezellig wat te gaan eten, geven vaak meer voldoening dan een cheque. Je gaat hen overigens nog meer waarderen door hen te helpen hun idee mee naar de landingsbaan te brengen. Niets is mooier dan een zelf gerealiseerd idee. De ideeën die het halen, kan je ook aandacht geven door bijvoorbeeld een ‘Wall of Fame’ te maken, een wand waar kaders hangen met daarop het idee en het team die het idee realiseerde. Zoiets moet je niet te opzichtig doen zoals in Amerika met het personeelslid van de maand maar toch op een plaats waar af en toe mensen langs komen. Gezien de meeste mensen het fijn vinden om tussen de gelauwerde ideeën te hangen, zorgt dit voor extra motivatie bij hen die er nog niet bij zijn. Vergeet daarbij zeker ook niet de mensen die initieel niet het briljante idee hebben bedacht maar die keihard gezwoegd hebben om het idee aan de streep te krijgen. Zo creëer je een cultuur van co-creatie en respect. De beste manier om in een organisatie goede ideeën te vermenigvuldigen, is zorgen dat ze gedeeld worden. Het zorgt daarenboven ook voor een positieve bijdrage tot de innovatiecultuur in de organisatie.

Het is overigens dom om als organisatie je medewerkers, meestal om te besparen, tweederangskoffie uit te dunne en een afschuwelijke geur verspreidende plastic bekertjes te laten drinken. Een gezellige koffiecorner met zeer goede koffie en dito thee is zijn geld meer dan waard. Niet zelden worden daar op informele manier interessante ideeën geboren.





Een bedrijf mag nooit zijn ogen uitbesteden

NieuwsPosted by Dirk De Boe Sat, June 20, 2015 22:27:36

Twintig jaar geleden stopte ik met koffie drinken en schakelde ik over op thee. Voor mijn verjaardag krijg ik van mijn vrouw af en toe mooie zakjes met lekkere thee. Zo ook laatst. Na de bovenste rand van het zakje te hebben weggeknipt en een eerste keer heerlijk van de thee te hebben genoten, kon ik het zakje niet meer afsluiten. De ontwerper van het prachtige zakje had vergeten er een sluiting aan te zetten. Dus zoek ik een oplossing en koop klemmetjes zodat ik de thee goed kan afsluiten en hij vers blijft.

Ik zou nu graag contact nemen met de ontwerper en bovenstaande foto sturen. Ik weet echter niet hoe hem te bereiken en doe dus niets met de voor de fabrikant wellicht waardevolle informatie.

En zo zie je rondom jezelf talloze dergelijke tekortkomingen. Ga maar eens met het vliegtuig op reis. De meeste maatschappijen hebben er niet bij nagedacht dat mensen tijdens iets langere vluchten hun schoenen uitdoen en op kousenvoeten naar het toilet gaan. Vlak onder de WC deur staat een prachtige metalen rand. Je kan volgens mij bezwaarlijk iets beter vinden om je teen op te verstuiken. Of de bekerhoudertjes, nog zoiets. Als het karretje net voorbij gekomen is, dan moet je maar met je bekertje blijven zitten en wachten eer je verder kan lezen in je boek.

Droogrekken, nog zo iets. Bij een beetje wind vallen ze gemakkelijk om wat vaak lijdt tot een nieuwe wasbeurt. Je zou er de producenten van droogrekken kunnen van verdenken samen te werken met fabrikanten van waspoeder. De foto met de dakpannen zou op het bureau mogen staan van de ontwikkelaars van dergelijke rekken.

Zijn die mensen die dergelijke producten ontwikkelen dan wereldvreemd of denken ze niet voldoende na? Ik denk het niet. Ze gaan volgens mij gewoon veel te weinig op observatie. Voordat ze een nieuw project beginnen zouden ze eerst de mogelijke gebruikers moeten gadeslaan en hen vragen stellen die er niet op uit zijn om uit te komen waar je als ontwerper wil uitkomen. Neen, vragen stellen om objectieve informatie in te winnen ook al komt die je niet goed uit en moet je het ontwerp helemaal anders aanpakken.

Observatie met al je zintuigen vind ik overigens een van de krachtigste manieren van innovatie. Stel je voor dat elke medewerker uit je organisatie elk klantencontact benut voor een mogelijke interessante observatie. Dat kan iemand zijn die iets gaat leveren en daar een interessante vaststelling doet of iemand van de logistieke afdeling die tijdens het bellen extra informatie krijgt over de competitie of iemand van de service die in de productieafdeling van de klant een idee opdoet. Deze mogelijkheden zijn er elke dag, doch ze worden zelden benut. Waarom? Omdat veel medewerkers hun zintuigen niet zoveel gebruiken en niet meer verwonderd zijn. Ze merken dan ook niet altijd veel op naast wat hun echte werk is. Anderzijds omdat de leiding dat ook niet belangrijk vindt. Stel je voor dat je als teamleider aan iedereen in je team vraagt om de komende veertien dagen goed uit de doppen te kijken en om de ervaringen bij een volgend teamoverleg uit te wisselen? Het zou best kunnen dat er de eerste keer niet zoveel uitkomt. Echter als ze zien dat andere collega’s wel met boeiende informatie terug komen en daarvoor gewaardeerd worden, gaan ze de volgende keer ook beter observeren. Je zou de medewerkers een notaboekje kunnen meegeven waarbij ze observaties, invallen en andere interessante informatie over de klant bijhouden. Als mensen die informatie met elkaar uitwisselen, ontstaan er wellicht nieuwe ideeën en kansen voor de organisatie. Als met deze ideeën daarna ook nog iets gebeurt, dan voelen mensen dat het belangrijk is en dat ze hun steentje kunnen bijdragen.

Als je een product of een dienst voor een eindklant maakt, zou je bijvoorbeeld een ‘mystery shopping’ kunnen organiseren waarbij medewerkers zich voordoen als klanten en zo heel wat belangrijke informatie meebrengen.

Je zou ook intelligentie in je product of dienst kunnen bouwen en zo van op afstand zien hoe de klant het gebruikt en het ontwerp ervan bijsturen. Het zou fijn zijn als je op het product of dienst kan zien hoe je met de ontwerper ervan in contact kan komen. Via een link naar een website zou je updates kunnen doen als er ondertussen zaken veranderd zijn.

Een andere manier is zelf eigenaar van het product of van de dienst te blijven. De consument huurt het en jij zorgt voor regelmatige updates. Zoals bij Philips Lighting waar de klant niet meer betaalt voor een lamp maar voor licht. Philips zorgt voor updates, vervangingen en reparatie. De klant wordt ontzorgd en kan zich concentreren op wat hij echt wil: licht.

Er kan rondom je product of dienst ook een community ontstaan waarmee je in contact kan komen. Door de feedback te volgen en op een verstandige manier in interactie te gaan, kan je ook heel veel te weten komen. Zo ook door de blogs te volgen waar over je product of dienst wordt gecommuniceerd.

Nog een andere optie is dat de klant zelf ook mee het product of de dienst creëert. Op die manier heb je al een belangrijke observator mee aan de tekentafel.

Tot slot kan je je eindklanten ook actief bevragen na de oplevering. Eerder dit jaar gaf ik een lezing op het congres van de bouwunie. Op een bepaald moment vroeg ik aan de 100 aanwezigen in de zaal: ‘Wie gaat er na de oplevering van een gebouw, ziekenhuis of school praten met de eindklant, de mensen die er in wonen en werken?’ 30 mensen staken hun hand omhoog. De andere 70 personen hebben wellicht een afsluitende evaluatie met de bouwheer maar gaan nooit met de mensen zelf praten. Wat een gemiste kans!

Stel dat je iedereen in je organisatie kan motiveren om mee klanten en opportuniteiten te observeren, wat voor een additionele observatie- en innovatiekracht zou je niet hebben? Howard Schulz van Starbucks bezocht elke week minstens 1 shop en deed niets anders dan er een koffie te drinken en mensen te observeren. Elke keer kwam hij met goede ideeën naar huis. Er is niets mis mee met het vertrouwen op marketing rapporten, echter een bedrijf mag nooit zijn ogen uitbesteden, placht hij te zeggen.

Besteed jij de ogen van jouw organisatie uit of betrek je zoveel mogelijk mensen in je organisatie bij het observeren van opportuniteiten?





Je brein is als een theater ...

NieuwsPosted by Dirk De Boe Sun, January 25, 2015 15:31:43

Tijdens mijn opleidingen creatief denken, heb ik het over de rol van het onbewuste. Ik gebruik dan de metafoor van de ijsberg waarbij het bewuste het topje van de ijsberg is terwijl de grote klomp onder water het onbewuste voorstelt. Deelnemer Jelle Vervaeke van Real Dolmen maakte mij attent op andere mooie metafoor. Hij komt uit het boek ‘Your brain at work’ van David Rock.

Het brein wordt hierin vergeleken met een theater. In het theater heb je onder andere een podium, publiek, acteurs en een regisseur.

Het podium is geen ruim podium zoals in de Koningin Elisabeth zaal maar eerder dat van een klein dorpstoneel. Er is dus niet veel plaats op het podium.

De acteurs op het podium vertegenwoordigen je gedachten. Gezien je podium klein is, kunnen er niet te veel acteurs op staan, anders lopen ze elkaar voor de voeten. De acteurs kunnen dezelfde avond ook geen meerdere rollen tegelijk spelen en het lukt ze ook niet om meer dan één stuk simultaan op te voeren. Dan raken ze de kluts kwijt of geraken ze te veel afgeleid. Toch proberen we dat met onze gedachten of activiteiten vaak te doen. Aan verschillende zaken tegelijk bezig zijn, met honderd en één dingen in je hoofd zitten, het is normaal dat dit ten koste van je efficiëntie gaat. Bovendien kan het je ook stress opleveren. Terwijl ik dit stukje aan het schrijven ben, verschijnt er toevallig een pop-up in de rechterbenedenhoek van mijn scherm. Dit geeft aan dat er net een mail is binnengekomen. Ik heb al meteen de neiging om er op te klikken en een bijkomende acteur op het podium toe te laten waardoor ik focus verlies voor deze blog.

Op het podium is er ook veel licht nodig. Je kan het vergelijken met een batterij die regelmatig moet bijgeladen worden. Zo heeft je brein ook veel energie nodig om goed te kunnen functioneren. Als je moe bent of honger hebt, ben je minder efficiënt. Je moet dus regelmatig rust of voedsel bijtanken. Sommige taken nemen dan weer meer energie in beslag dan andere. Prioriteiten stellen is er zo een omdat het gebruik maakt van alle bewuste functies van je hersenen: begrijpen, beslissen, informatie ophalen, onthouden en verhinderen dat er andere gedachten binnenkomen. Dat kost je veel energie en doe je best op een moment dat je nog fris bent. Ook nadenken over je denkproces is een cruciale activiteit die veel energie in beslag neemt.

Het is verstandig om je energie telkens toe te wijzen aan een activiteit die voor jou belangrijk is. Immers, als je podium overladen is met acteurs (je bent met teveel dingen tegelijk bezig) dan worden de grote acteurs (de belangrijke gedachten) het eerst van het toneel gegooid en nemen kleinere acteurs het over. Op het einde van de dag hebben deze niet veel klaargemaakt. Het komt er op aan om je belangrijkste acteurs eerst op het podium te zetten, dus op een moment dat je batterij nog vol is. Hen op het podium houden, kost immers ook heel wat energie.

Af en toe moet je natuurlijk wel een nieuwe acteur op het podium roepen omdat die belangrijk is voor het stuk dat je speelt. Sommige zijn moeilijker op het podium te krijgen dan andere. Het zijn bijvoorbeeld gedachten die verder weg zitten in je geheugen. Weet ook dat een nieuwe acteur (b.v. een toekomstig idee) meer plaats neemt dat een bestaande acteur (b.v. een idee uit het verleden).

Het publiek kan je zien als je onbewuste waar heel wat informatie opgeslagen zit. Het publiek zit in het donker en bestaat uit gedachten, herinneringen en verbeeldingen. Feiten die net gebeurd zijn, bestaan uit mensen die vooraan in de zaal zitten en dus nog een beetje in het licht. Je hebt weinig problemen om hen, als je ze nodig hebt, op het podium te laten komen. Het kan veel moeilijker zijn om iemand achteraan in de donkere zaal (iets dat lang geleden gebeurd is of dat je moeilijk kan onthouden) terug te vinden. Bovendien kan je onderweg de weg kwijt geraken.

Het is belangrijk om je acteurs goed te kiezen en hen voorbereid het podium op te sturen. Daarom is het vereenvoudigen van informatie en ze in blokjes aanbieden verstandig. Zo een acteur neemt minder plaats in op het podium en zorgt dat je er nog een of twee kan bijzetten. Je kan ook plaats maken op het podium door er een acteur af te halen, bijvoorbeeld door informatie op te schrijven. Zo moet je die informatie niet meer in je bewuste vast houden.

Wie zorgt nu dat het publiek en de acteurs zich een beetje gedragen en dat het geen chaotische vertoning wordt? Wel dat is je regisseur. Die zorgt ervoor dat er geen willekeurige acteurs van de zijkant (de buitenwereld) of het publiek (je onbewuste) op het podium springen en vrolijk meedoen en zo het stuk om zeep helpen. Een regisseur is iemand dicht bij het podium staat en er toch buiten. Hij observeert en grijpt in waar het niet loopt zoals gewenst. Zo kan je bijvoorbeeld verstrooid zijn. Dat kan je beschouwen als een willekeurige acteur die het podium is opgesprongen. Je regisseur kan deze acteur weer van het podium halen zodat de spelers verder kunnen met hun voorstelling.

Als je een sterke regisseur hebt, dan merkt deze goed op wat er gebeurt en maakt hij keuzes hoe jij op bepaalde prikkels reageert. Hij zorgt bijvoorbeeld dat je je niet laat afleiden. Als je regisseur echter afwezig is, laat je je vaak leiden door gulzigheid, angst en gewoontes. Er zijn in de wereld heel wat mensen die hun regisseur nooit geactiveerd hebben of waarvan de regisseur al een tijdje op vakantie is. Zij leven niet zelf maar worden vaak geleefd, niet zelden door anderen maar evengoed door hun eigen hebzucht, schrik of routine. Als dergelijke mensen weer het stuur van hun levens- op loopbaanauto willen vastgrijpen, zullen ze eerst hun regisseur in stelling moeten brengen. Dat vergt discipline en dat is iets wat je kan kweken door je regisseur regelmatig te activeren. Dat lukt je beter als je veel energie hebt. Als je vermoeid bent of een mindere dag achter de rug hebt, negeer je gemakkelijker afspraken of geef je sneller toe aan iets wat niet goed is voor je.

Het is dus belangrijk om elke dag bewust aan je regisseur te werken door bijvoorbeeld te reflecteren over wat er gebeurd is en door te observeren wat er op het moment zelf in je theater bezig is. Dat betekent dat je in staat bent om uit je ervaring te stappen en je mentale functies te observeren. Dat je je zelf kan afzonderen van een automatische trein van gedachten die voorbijkomt. In de mogelijkheid zijn om je te concentreren op het stuk en op de acteurs waarmee je de voorstelling geeft. Naast het vereenvoudigen en in blokjes aanbieden van informatie, kan delegeren hierbij ook helpen. Je gebruikt dan het podium van iemand anders voor bepaalde activiteiten. Zo nemen die geen plaats in op jouw toneel.

Wie zich verder wil verdiepen, kan dat via deze mindmap van het boek. Er staan nog heel wat andere tips die je kunnen helpen om je brein beter te gebruiken. Voor mij was het in ieder geval een eye-opener. Gezien ik zelf de gewoonte heb om associatief te werk te gaan en met veel dingen bezig ben, heeft de theatermetafoor me al ondertussen al flink geholpen om efficiënter te leven en te werken. Dank je wel, Jelle! Dat iedereen er inspiratie mag in vinden!

Dirk De Boe



Vindt goede wijn zijn weg naar de markt?

NieuwsPosted by Dirk De Boe Fri, October 17, 2014 23:28:35

Na de zomervakantie organiseerde Voka Leuven in samenwerking met Flanders DC een Plato bijeenkomst voor mensen uit de creatieve sector. Het thema van de avond was deze keer niet creativiteit want dat hebben deze mensen in overvloed. Wel hoe je die creativiteit ook om kunt zetten in waarde. Heel wat ondernemers zijn immers heel sterk in wat ze doen en creëren mooie producten en diensten, ze weten echter niet altijd hoe ze die creativiteit aan de man kunnen brengen. Ik formuleerde tijdens de workshop 9 tegendraadse adviezen die ook zeer nuttig kunnen zijn voor ondernemers buiten de creatieve sector:

1) Vlieg als een arend op je prooi af!

Als mensen overtuigd zijn van hun idee, dan vliegen ze vaak als een arend op hun prooi (= de klant) af en proberen hem of haar te overtuigen van de meerwaarde van hun product of dienst. Nu heeft een arend in het Nederlands (ook fonetisch) heel wat betekenissen. Het is naast een roofvogel ook een bier, een taverne, een filosofe, een bureaustoel, een trein, een magazine, een sterrenstelsel en het handvat van een gereedschap. Heel veelzijdig dus. Als je een idee hebt, is het dan ook nuttig om een stapje terug te zetten en je toekomstige klant eerst te observeren. Hoe gebruikt de klant een bepaald product of dienst? Wat zijn de pijnen en frustraties? Een van de krachtigste manieren om te innoveren is door gebruikers te observeren. En als je dan toch klaar bent om naar de klant te trekken, dan heb je vandaag de de dag flink wat tools ter beschikking om op snelle manier veel van de klant te leren: 3D printing, simulaties, een moodboard, een bétaversie, een proefmarkt, een video, … Hierdoor leer je onderweg veel en kan je je idee gericht bijsturen. Hanteer eerder een pull dan een push strategie in de benadering van je klanten.

2) Leg een bom onder je idee ...

Ook al ben je heel overtuigd van je idee en ga je snel vooruit via bovenstaande tools, dan kan het geen kwaad om eens achterover te leunen en je idee eens goed tegen het licht te houden. Bijvoorbeeld via het Business Model Canvas: Hierbij toets je in 9 stappen je idee: Wat is het klantensegment dat je wil bedienen? Wat is je waardepropositie? Hoe ga je communiceren met je klant en welke kanalen ga je daarvoor gebruiken? Welke activiteiten dien je te ontplooien om je idee tot stand te brengen? Welke mensen, middelen en investeringen heb je daarvoor nodig? Welke partners? Uiteindelijk resulteert deze business model canvas oefening in een overzicht van kosten en opbrengsten. Vermenigvuldig vervolgens de kosten met twee en halveer de opbrengst. Is de balans is nog altijd positief? Ga dan voor je idee. Het is ook sterk aan te raden om een ondernemingsplan te maken waarin je je doelmarkt, marktanalyse, SWOT, concurrentieonderzoek, activiteitenplan en communicatiestrategie volledig uitwerkt. Je moet inderdaad af en toe beginnen aan een idee zonder te veel te bezinnen, het is echter ook zinvol om je idee via bewezen tools grondig te onderbouwen.

3) Doe wat wijn in je water!

Als creatieve ondernemer wil je natuurlijk graag datgene doen wat je graag doet. Echter je portemonnee moet ook regelmatig gevuld worden. Dus soms moet je ook wat opdrachten aannemen die iets minder je ding zijn. Probeer daarin balans te houden. Je kan niet altijd creatieve opdrachten hebben, echter continu bandwerk verrichten, houdt je ook niet gemotiveerd. Daarom is het belangrijk om de tijd te nemen om je missie duidelijk te formuleren: wat is de hogere doelstelling van je bedrijf? Welke activiteiten wil je gaan doen? Welke activiteiten ga je niet doen? Als je dan een nieuwe vraag krijgt of een opportuniteit detecteert, dan kan je kijken of het in de missie past. Zo ja, ga er voor. Zo neen, zeg heel beleefd neen. Als beginnende ondernemer kan je best wat meer water in je wijn doen. Zorg echter dat je op termijn meer wijn kan drinken dan water.

4) Begraaf al je intenties!

Mensen lopen vaak met veel intenties rond maar weten ze niet altijd in een actie om te zetten. Ook creatieve ondernemers ontsnappen daar niet aan. Daarom is het goed om je intenties als ondernemer eens op een rijtje te zetten en keuzes te maken. Hierbij heb je 3 mogelijkheden. Je kan een intentie in een actie omzetten. Je neemt de verschillende stappen die nodig zijn om de intentie te realiseren. Eens de intentie een actie is geworden, komt er terug ruimte in je hoofd. Je blijft niet meer bezig met die intentie. Een 2e mogelijkheid is om de intentie te laten varen. Daar is niets mis mee. Je kan niet alles doen. Je moet keuzes maken. Roep bij een dergelijke intentie luid dat je ze nooit gaat doen, schrijf het op een groot papier en trek er een dikke streep door. Neem definitief afscheid van je intentie. Een 3e categorie is minder aan te raden: hierbij parkeer je de intentie voor later. Veel kans dat die af en toe toch de kop opsteekt. Wat je hier kan doen is de intentie (met een datum erbij) in je ondernemingsplan noteren. Zo haal je hem weg uit je gedachten. Door op die manier lenteschoonmaak in je hoofd te houden, komt er weer plaats voor nieuwe ideeën. Beslissen wat je niet gaat doen, is vaak even belangrijk dan beslissen wat je wel gaat doen, zei Steve Jobs ooit.

5) Geraak verslaafd aan backburners!

Er zijn heel veel boeken over het bedenken van ideeën. Er zijn er maar weinig over hoe je ideeën ook realiseert. Making Ideas Happen van Scott Belsky is een van de uitzonderingen. Voor de auteur is alles een project. Hij maakt hierbij 3 categorieën: vooreerst actiepunten: dat zijn concrete acties die je onderneming direct vooruithelpen. Daarnaast zijn er referenties: dat zijn memo's, nota's, manuals, websites en discussies. Tot slot zijn er ook nog backburners: dit zijn nog geen actiepunten maar kunnen het later wel worden. Door regelmatig door je actiepunten, referenties en backburners te gaan en actie te nemen, worden je ideeën werkelijkheid. Daarom is het als ondernemer belangrijk om over de vaardigheid te beschikken om inspiratie om te kunnen zetten in actie. Het begint bij goede filters. Via mensen die je op Twitter volgt, interessante Linkedin discussies, trendrapporten en blogs en andere kan je de enorme berg aan informatie omzetten in voor jou nuttige inspiratie. De volgende stap is deze inspiratie om te denken zodat ze ook voor jouw onderneming werkt. Dit vergt creativiteit. De derde stap is om de omgedachte inspiratie in een actie om te zetten. Deze laatste stap vergt discipline en wordt vaak vergeten. Een tip hierbij is om je actiepunten te scheiden van je nota’s en heel regelmatig je actielijst te screenen en de gerealiseerde acties te doorstrepen. Dit geeft je de energie om nog meer acties af te werken. Op de duur wordt dat een gewoonte.

6) Leg je idee in een kluis!

Heel wat ondernemers denken dat ze het ei van Columbus hebben gevonden en dat ze heel voorzichtig moeten zijn met hun idee. Ze nemen dan ook vaak stappen om het te beschermen en er met niet te veel mensen over te praten, uit schrik dat iemand met het idee wegloopt. Het is vaak arrogant om te denken dat anderen jouw super idee gaan pikken. Het idee is maar de eerste stap. Het vergt hard werk en geluk om het naar de streep te brengen. Praat dan ook veel over je idee met andere mensen. Door over je idee te spreken, maak je het sterker. Je legt telkens de zwakke plekken bloot en laat je idee 'kruisbestuiven' met andere ideeën. Hierdoor verbetert het en verfijnt het. Volgens Bart De Waele van Wijs is elk gesprek over je idee een verkoopgesprek. Door te itereren, bij te sturen en het idee goed uit te voeren, maak je tot een succes; mits je maar hard en vooral slim werkt. Dat laatste vergroot ook de kans dat je het nodige geluk afdwingt.

7) Schreeuw het van de daken!

Onlangs hoorde ik iemand zeggen: ‘goede wijn vindt zijn weg naar de markt’. Ik ben het daar gedeeltelijk mee eens. Er is goede wijn die zijn weg naar de markt vindt, heel wat goede wijn blijft echter in de eigen kelder staan. Ik ken verschillende mensen die heel sterk zijn in hun vak maar ongekend voor mensen die hen zouden kunnen inschakelen. Ze zitten vaak te wachten op een telefoon die nooit komt. Als zelfstandig ondernemer of als KMO ben je je eigen werkgever. Het is dus belangrijk om je naam en reputatie te vestigen. Het ergste daarbij is je eigen naam en faam te overschatten. Dus maak voor je onderneming een communicatiestrategie! Daarin zitten volgende elementen: je customer relationship management systeem (CRM): een manier om alle informatie over je (toekomstige) klanten bij te houden. Essentiële dingen hierin zijn waar je de persoon ontmoet hebt en de actie die je gaat plegen. Grondig door je CRM gaan, vergt discipline maar betaalt zich terug. Zeker als je mensen belt en niet mailt. Bel je niet graag? Dan heb je een probleem. Het werkt veel efficiënter dan mails uitsturen. Daarnaast is je elevator pitch belangrijk. In één minuut kunnen zeggen waar je voor staat op een manier dat mensen het onthouden. Wees ook actief op sociale media. Persaandacht, een blog of een slideshare helpen ook. Als je nieuwsbrieven uitstuurt, hou het dan origineel en verzend er niet meer dan één per kwartaal.

8) Blijf altijd plakken bij je klant!

Eens het idee verder is uitgerijpt, is het tijd om er mee naar je klant te trekken. De manier waarop je dit doet, is heel belangrijk. Als je bij de klant binnen komt, dan kijkt hij naar jou in 3 stappen. Eerst kijkt hij naar jou als persoon. Kent hij je niet, dan vormt hij zich snel een eerste indruk. Kent hij je uit een vorige ontmoeting, dan zal de klant zich die indruk voor de geest halen. De volgende stap is de manier waarop je het idee presenteert. Op de derde plaats pas komt je idee of voorstel zelf. Veel mensen hebben dat niet door. Ze hebben een goed idee en de klant wil niet luisteren. Hoe komt dat toch? Als stap 1 of stap 2 niet goed zitten, dan luistert de klant niet meer naar wat je zegt! Het is dan ook belangrijk om je idee niet te vertellen maar te verkopen. Heel wat ideeën halen de markt niet omdat ze slecht worden verkocht. Een tip hierbij is om van de 6 elementen uit ‘De Plakfactor’ van Dan en Chip Heath er zoveel mogelijk te gebruiken. De gebroeders Heath deden onderzoek en vonden dat wat mensen zeggen, blijft plakken als het eenvoudig is, concreet, geloofwaardig, emotioneel, verrassend en in de vorm van een verhaal is.

9) Schuim alle recepties af!

Netwerken is net werken, zegt Stefaan Lammertyn die het boek Succesvol met sociale Media schreef. Netwerken behoort de dag van vandaag tot de basisactiviteiten van een moderne kenniswerker. Als beginnend ondernemer moet je minstens één dag per week uittrekken om te netwerken en te prospecteren. Hou hierbij steeds je ‘elevator pitch’ klaar. Zorg dat mensen weten wat je doet. Een creatief kaartje dat mensen nadien bijhouden, kan daarbij helpen. Dat is niet alleen een conversatiestarter, mensen onthouden je zo ook makkelijker. Op heel wat vergaderingen of tijdens gesprekken in Vlaanderen wordt vaak de vraag gesteld: ‘Zeg, ken jij iemand die …. kan?’. Zorg dan dat jouw naam of firma genoemd wordt. Het zal niet alleen zorgen voor meer orders, je marge zal wellicht ook kunnen stijgen. Seth Godin zegt dat je op de shortlist moet geraken. Als mensen je niet kennen, dan kom je niet in aanmerking. Zorg dus dat je regelmatig in beeld bent. Doe dit slim en evalueer regelmatig je netwerkinspanningen. Als je naar een bijeenkomst bent geweest en het viel tegen, dan moet je de volgende keer misschien iets anders proberen. Ik heb goede ervaringen met bilaterale ontmoetingen. Via Linkedin, Twitter en je CRM kan je zorgen dat je elke week minstens één kwalitatieve date hebt. Zonder er veel van te verwachten, komt daar niet zelden een opportuniteit uit.





Zet inspiratie om in actie

NieuwsPosted by Dirk De Boe Wed, June 25, 2014 22:56:41

Informatie is de nieuwe grondstof wordt nogal eens gezegd. Er is momenteel echter zoveel informatie dat je door het bos vaak de bomen niet meer ziet. Hetzelfde geldt voor wat je op sociale media en blogs vindt. Infobesitas, een overload aan informatie.

Het is dus belangrijk om over goede filters te beschikken om deze berg informatie om te zetten in inspiratie waar jij iets mee kan. Zoekmachines proberen door jouw profiel te kennen steeds intelligenter te worden en je aldus betere suggesties te bezorgen. Op Twitter kan je mensen volgen waarvan je weet dat ze inspiratie delen waar jij iets mee kan. Een lijstje bijhouden met boekentips van mensen waarvan jij weet dat ze de voor jou interessante boeken lezen, is efficiënter dan kriskras een boek uitkiezen in de bib. Een andere mogelijkheid is samenvattingen lezen via trendrapporten of business book summaries. Je kan ook leren snellezen zodat je gemakkelijker en efficiënter informatie kan verwerken. Het maken van aantekeningen, samenvattingen of mindmaps kan zorgen dat je de inspiratie op een slimme manier capteert.

Als je op die manier heel wat inspiratie hebt vergaard, begint het pas. Weinig mensen kunnen met inspiratie aan de slag. Toen we aan het boek Edushock bezig waren, waarschuwden proeflezers ons ervoor dat we de tips voor leerkrachten en directies zo concreet mogelijk moesten maken. Ze willen die immers meteen kunnen toepassen in de klas. We hebben toen een ganse namiddag alle tips tegen het licht gehouden. Als ze niet concreet genoeg waren of we konden ze niet scherp krijgen, vlogen ze er uit. Als de tips niet één op één bruikbaar zijn, beginnen leerkrachten en directies er vaak niet aan. Hoewel we ze die dag allemaal superconcreet gemaakt hebben en er ondertussen heel wat onderwijzers en directeurs gebruik van maken, is het voor een aantal mensen nog steeds een brug te ver. Als ze het niet exact kunnen kopiëren naar hun specifieke leercontext, dan doen ze het niet. Of ze slagen er niet in om de tips om te vormen zodanig dat het wel kan.

In het bedrijfsleven heb je een soortgelijk fenomeen. Mensen gaan naar een lezing, opleiding of workshop en willen er pasklare oplossingen krijgen. Dat is hun goed recht. Echter soms verwachten ze van een spreker of begeleider dat hij of zij een probleem oplost waar zij al jaren mee worstelen.

In onze huidige complexe wereld bestaan er geen hapklare oplossingen die je in elke context zonder aanpassing kunt inzetten. Mensen slagen er vaak niet in om wat ze horen of lezen in een boek, tijdschrift of krant, in de praktijk om te zetten. Om een of andere reden is de kloof te groot of het doorzettingsvermogen te klein.

Aan de slag kunnen met inspiratie, er de elementen uithalen die voor jou interessant zijn, deze omvormen tot iets dat voor jou werkt en het ook toepassen, is een belangrijke vaardigheid. Creatief denken helpt je om de desbetreffende tip die je hebt opgevangen, om te denken tot iets waar jij mee verder kan. Of het laat je toe om wat je leest te combineren met iets wat je eerder hebt meegemaakt en zo tot een iets werkbaars te komen.

De extra stap, die vaak vergeten wordt, is om de inspiratie ook te gaan toepassen. Je kan uit je mindmap of samenvatting die elementen aanduiden die jij ook wil gaan uitvoeren. Deze hevel je over naar een actielijst. Daar kan laaghangend fruit bijhangen, dingen die je je vrij snel eigen kunt maken. Het kan ook een actie zijn die wat langer duurt en moeilijker is. Of het is inspiratie die je nog moet omdenken naar iets wat voor jou werkt. Meestal werkt de tip als dusdanig niet meteen voor jou. Als je hem zodanig kunt omvormen dat je er zelf mee aan de slag kan, dan zal je ook veel meer gemotiveerd zijn om hem te realiseren.

Tot slot is er ook discipline nodig om, met wat je hebt gehoord, effectief iets te doen. Het helpt om hiervoor een systeem te hebben: een notaboek of actielijst waar je dagelijks door gaat zodat je bepaalde acties niet vergeet. Zelf heb ik een agenda waar ik nota's maak van bijeenkomsten waar ik aan deelneem. Als ik de agenda omdraai, dan noteer ik daar mijn actiepunten netjes onder elkaar. Op die manier staan mijn actiepunten niet doorheen mijn nota's. Telkens als ik een punt heb afgewerkt, streep ik het met een markeerstift door. Dat geeft energie. Uiteindelijk kan dit in een nieuwe gewoonte resulteren. Iets dat je dagelijks of minstens wekelijks gaat doen.
Michel De Coster vertelt in zijn boek No Nonsense dat hij elke zondag door zijn to do-lijsten gaat en daarmee een weekplanning maakt. Op die manier zet hij inspiratie van de voorbije week om in actie.

Scott Belsky beschouwt alles als een project dat in 3 elementen kan onderverdeeld worden:

Actiepunten: concrete acties die je vooruithelpen.

Referenties: memo's, nota's, manuals, website, discussies.

Backburners: dit zijn nog geen actiepunten maar kunnen het later wel worden.

Door regelmatig door je actiepunten, referenties en backburners te gaan, worden je ideeën werkelijkheid.

Het is aan jou om informatie en inspiratie om te zetten in iets dat voor jou werkt. Het vermogen om wat je leest, wat je op de radio hoort of wat je in een film ziet, te gebruiken om je dromen te helpen waarmaken, is een belangrijke vaardigheid om je doelen en dromen in je leven waar te maken.







Brainstormen werkt wel mits ...

NieuwsPosted by Dirk De Boe Fri, March 28, 2014 13:22:57

Hallo,

Regelmatig lees ik of hoor ik van mensen dat brainstormen niet werkt en dat het een van de minste effectieve manieren is om sterke ideeën of oplossingen te bedenken. Het hangt er natuurlijk van af wat je onder brainstormen verstaat. Als je mensen een probleem of uitdaging voorlegt en ze beginnen in groep meteen na te denken, dan is dit inderdaad niet effectief. Daar zijn verschillende redenen voor:

- Terwijl een persoon aan het praten is, kan de andere niet altijd goed nadenken

- Dominante personen in de groep kunnen de discussie naar zich toehalen

- Introverte mensen komen niet altijd aan bod

- Mensen die hun beurt moeten afwachten, vergeten hun idee vaak weer


Brainstormen werkt wel mits ….

Het begint met een goede brainstormvraag. Die kun je vooraf best met de probleemeigenaar goed voorbereiden waarbij je ook een evenwichtige samenstelling van het brainstormteam bespreekt. Een stimulerende en uitdagende vraag vergroot de kans om met meer en betere ideeën te komen. Je kunt deze vraag best vooraf naar de deelnemers sturen zodat deze kan incuberen. We beschikken immers allemaal over een fantastisch antwoordapparaat. Als je een uitdagende vraag aan je brein stelt, dan zal je onbewuste hierover alle informatie beginnen te verzamelen en alle toekomstige gebeurtenissen, beelden en gedachten als trigger voor de brainstormvraag gebruiken. Belangrijk ook is om tijdens de sessie het team de uitdaging via enkele eenvoudige technieken te laten herformuleren. Zo wordt het hun vraag en gaat deze verder incuberen.
Daarna begint de divergentiefase, waarbij je zoveel mogelijk ideeën bedenkt. Belangrijk daarbij is om de deelnemers eerst individueel in stilte ideeën te laten bedenken om daarna in groep hun ideeën met elkaar laat delen. Zo heb je beide voordelen. Mensen kunnen zelf eerst hun ideeën neerschrijven en worden niet gehinderd door anderen, daarna kunnen ze elkaars ideeën begrijpen en verrijken. Door hier met uitstel van oordeel over te communiceren, komen er extra ideeën en creëer je ook draagvlak voor de ideeën. Door daarna een aantal divergentietechnieken te gaan toepassen zoals trends, provocatie en willekeurige woorden en de deelnemers hierover opnieuw alternerend individueel en in groep te laten nadenken, kom je tot heel diverse en originele ideeën. Bij de convergentiefase (de moeilijkste fase) ga je samen ideeën groeperen en selecteren om zo een aantal bruikbare ideeën uit te werken. Door deze ideeën dan terug aan elkaar te presenteren en te verrijken, kom je aan het eind van de brainstorm tot een aantal originele ideeën. De brainstorm is enkel succesvol als er uiteindelijk ook enkele ideeën gekozen worden om verder uit te werken en naar de streep te brengen. Er is dus een actieplan nodig waarbij de nodige acties voor het team staan om de ideeën te realiseren. Dat kan je best vooraf communiceren.

Je ziet: brainstormen kan wel werken als je een aantal basisregels respecteert. Als je hierin fouten maakt, dan werkt brainstormen inderdaad niet. Als je dit gestructureerd aanpakt, dan is succes verzekerd, zeker ook als je een goede brainstormbegeleider aan boord hebt die de deelnemers kan opwarmen en het proces bewaakt. Zo simpel is het.



De kracht van een open denktank

NieuwsPosted by Dirk De Boe Sun, February 23, 2014 22:40:59

Toen ik nog bij Philips werkte, heb ik diverse open brainstormsessies georganiseerd rond thema's zoals design, duurzaamheid, eenvoud, gebruiksgemak en ambilight.

Daarbij nodigden we meestal een 20 tal mensen uit, de helft Philips deelnemers, de andere helft mensen van buiten de organisatie. Op die manier zorgden we dat buitenstaanders die kennis hadden van het thema onbevangen mee gingen nadenken over een uitdaging die we samen met de (externe) brainstorm facilitator en de probleemeigenaar hadden voorbereid. Dit zorgde steevast dat vanzelfsprekendheden in vraag werden gesteld, dat andere invalshoeken aan bod kwamen en dat nieuwe informatie in de organisatie vloeide.

Voor de externen was er het voordeel om te leren van de brainstormtechnieken van een ervaren facilitator, zelf ook ideeën op te doen, eens achter de schermen te mogen kijken bij Philips alsook hun netwerk verder uit te breiden.

Voor de Philips medewerkers waren er ook voordelen: ze kregen zelf ook een mini-opleiding in creatief denken, ze werden regelmatig uit hun comfortzone geduwd, hun netwerk werd groter en ze deden enkele mooie ideeën op.

Het resultaat was steeds verbluffend en een aantal ideeën haalden steeds het jaarlijkse innovatie event en enkele daarvan werden ook steevast gerealiseerd.

Als kersvers zelfstandige heb ik al verschillende keren KMO's aangeraden om bij elkaar te gaan brainstormen en zo een open denktank te vormen. Ze zijn immers vaak toch geen concurrenten van elkaar. Tot op heden is dat er, bij mijn weten, nog niet van gekomen. Op een of andere manier wint de traagheid het van de voordelen die zo een denktank biedt.

Vorige week heb ik er zelf voor het eerst zo een begeleid bij Barco. Met een aantal mensen hebben we nagedacht over een nieuw verpakkingsconcept. Bij de externe brainstormers was er een proces ingenieur van Coca-Cola, een verpakkingsingenieur van T.E. Connectivity, 2 studenten industrieel ontwerp Howest en mezelf (ooit nog mechanisch ontwikkelaar geweest en zo ook verpakking ontworpen). Wat me opviel bij de Barco mensen was dat ze ook in andere afdelingen waren gaan shoppen. Een aantal mensen zag elkaar daar voor het eerst. Zo was de verantwoordelijke voor ergonomie er bij, was de algemeen verantwoordelijke voor verpakking uitgenodigd alsook de mechanische ontwerper en de verpakkingsingenieur. De projectleider fungeerde als probleemeigenaar en verzorgde de briefing waarbij de brainstormvraag die we samen hadden voorbereid aan bod kwam.

Daarna divergeerden we. Eerst via een braindump, daarna maakten we gebruik van de techniek van het willekeurig woord, zetten we ons in de plaats van de gebruiker, gingen we nadenken rond trends, probeerden we een provocatie uit om uiteindelijk te eindigen met het bladeren in tijdschriften om zo additionele ideeën op te doen. Telkens eerst individueel om daarna de ideeën in groep te bespreken.

Dan kwam de convergentie fase waarbij we de ideeën groepeerden. Hierbij kwam de projectleider terug op de proppen. Hij besliste welke groep ideeën we verder gingen uitwerken. Het team mocht dan stemmen op ideeën binnen de groep waardoor een aantal ideeën naar boven geduwd werden. Deze top ideeën hebben we dan in groepjes van 3 verder uitgewerkt om ze daarna aan elkaar te presenteren.

Dat leverde een aantal frisse ideeën op die nu verder gaan uitgewerkt worden. De prototypes gaan we binnen enkele weken evalueren om zo uiteindelijk het nieuwe verpakkingsconcept in de markt te brengen.

Het werd terug bewezen dat zo een open denktank veel perspectieven biedt.

Waar wacht je op?





Dood i.p.v. ideeën dit jaar wat intenties

NieuwsPosted by Dirk De Boe Wed, January 29, 2014 00:23:25

Ook dit jaar hebben we onszelf heel wat nieuwjaarbeloftes toegewenst. Vele van deze intenties halen het einde van de eerste maand niet en zijn nu dus ongeveer verdampt. Echter sommige blijven vaak hardnekkig in ons hoofd rondspoken en ten gepasten tijde duiken ze weer op. Het is zoals die kikkers die de intentie hadden om in de vijver te springen en er nog altijd zitten.

In plaats van op termijn nog meer intenties bij te kweken, begraaf er dit jaar eens een paar. Denk na over alle intenties waar je al mee rondloopt en deel ze in 3 categorieën in:

In de eerste categorie zet je intenties die je absoluut wil doen en die een positieve impact hebben op je leven, je familie of je werk.

In de tweede categorie zet je alle overblijvende intenties. Schrijf elke intentie op een groot papier, trek er een dikke lijn door, roep luid dat je ze nooit gaat doen, begraaf ze voorgoed. Zorg dat deze intenties voor eeuwig en 3 dagen uit je leven verdwijnen. Er is niets mis mee om een intentie te begraven, integendeel, het helpt je focussen en het zorgt dat er in je hoofd ruimte komt voor nieuwe ideeën.

De laatste categorie - als je die nodig zou hebben - is voor intenties uit beleefdheid: ‘We moeten nog eens afspreken’ of ‘We gaan dat ooit samen eens doen’. Je weet zo al dat er nooit iets van komt, je wil het echter niet aan de andere persoon zeggen omdat het zou kunnen kwetsen. Dat blijft dus een intentie die weinig kwaad kan, althans voor jou.

Na het opruimwerk is het natuurlijk top om daarna ook de enkele overgebleven waardevolle intenties uit de eerste categorie effectief om te zetten in actie. Op die manier krijg je nog meer energie om je andere belangrijke intenties ook te gaan doen en komt je hoofd vrij voor toekomstige ideeën.

Misschien moeten we zoals de idea killers poster ook eens een poster maken waarin bepaalde intenties in het belachelijke getrokken worden ...

Groeten, Dirk







« PreviousNext »